Uitleg over het bepalen van het begin van de maankalendermaanden

Het bepalen van het begin van de maankalendermaanden behoort tot de belangrijke zaken binnen de islamitische wetgeving (sharia), aangezien het verbonden is met belangrijke vormen van aanbidding zoals het vasten, de bedevaart (hadj) en andere daden van aanbidding die gekoppeld zijn aan het verschijnen van de nieuwe maan.
In de moderne tijd is er een discussie ontstaan over het vertrouwen op astronomische berekeningen bij het bepalen van het begin van de maankalendermaand.
Het gevestigde standpunt, gebaseerd op het Boek (de Koran), de Sunnah en de consensus van de rechtschapen voorgangers (Salaf as-Salih) onder de metgezellen, is als volgt:
Het begin en het einde van de maand worden uitsluitend vastgesteld door het waarnemen van de nieuwe maan (hilal) of door het voltooien van de telling tot dertig dagen.
Shaykh al-Islam Ibn Taymiyyah heeft een consensus overgeleverd dat het vertrouwen op astronomische berekeningen bij het bepalen van de maand een misleidende innovatie (bid‘ah) is.
De geleerden hebben consequent volgehouden dat het begin en het einde van het vasten worden bepaald door maanwaarneming en niet door astronomische berekeningen.
De bewijzen hiervoor worden hieronder uiteengezet.

Ten eerste: Het bewijs uit de Koran

Allah, de Verhevene, zegt: “Zij vragen jou over de nieuwe manen. Zeg: zij zijn tijdsaanduidingen voor de mensen en voor de bedevaart.” (Soera Al-Baqarah: 189)
Het aspect van bewijsvoering: Allah, de Verhevene, heeft de nieuwe manen gemaakt tot tijdsaanduidingen voor de mensen, wat betekent dat het verschijnen van de nieuwe maan het teken is waarmee het begin van de maand wordt herkend.
Ibn Kathir zei in zijn tafsir: “Dat wil zeggen dat Allah ze heeft gemaakt tot tijdsaanduidingen voor de mensen met betrekking tot hun vasten, het verbreken van het vasten, hun bedevaart en de wachttijd van hun vrouwen.”

Ten tweede: De bewijzen uit de Sunnah

Hadith van Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn): De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Vast wanneer jullie hem zien en verbreek het vasten wanneer jullie hem zien. En als hij voor jullie verborgen blijft, schat hem dan (of voltooi de periode).” Overgeleverd door Al-Bukhari en Muslim.
Het aspect van bewijsvoering: De Profeet ﷺ koppelde het vasten en het verbreken van het vasten aan het zien van de nieuwe maan.
Hadith van Abu Hurayra (moge Allah tevreden met hem zijn): De Boodschapper van Allah ﷺ zei:
“Vast wanneer jullie hem zien en verbreek het vasten wanneer jullie hem zien. En als hij voor jullie verborgen blijft, voltooi dan de telling van Sha‘ban tot dertig dagen.” Overgeleverd door Al-Bukhari en Muslim.
Het aspect van bewijsvoering: De Profeet ﷺ gaf opdracht dat wanneer waarneming niet mogelijk is, de maand moet worden voltooid tot dertig dagen, en hij noemde geen astronomische berekeningen.
Hadith van Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen beiden zijn): De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Wij zijn een ongeletterde gemeenschap; wij schrijven niet en wij rekenen niet. De maand is zo en zo.” Overgeleverd door Al-Bukhari en Muslim.
Het aspect van bewijsvoering: De Profeet ﷺ verduidelijkte dat kennis van het begin van de maand wordt vastgesteld door waarneming of door het voltooien van de telling.

Ten derde: De uitspraken van de geleerden

Ibn Taymiyyah (moge Allah hem genadig zijn) zei: “Het is niet toegestaan, volgens de consensus van de Salaf, om op berekening te vertrouwen bij het bevestigen van de nieuwe maan.”
(Majmu‘ al-Fatawa 25/132) Ibn Hajar al-‘Asqalani zei: “De meerderheid van de geleerden is van mening dat de uitspraak verbonden is aan waarneming en niet aan berekening.” (Fath al-Bari 4/127)
‘Abd al-‘Aziz ibn Baz (moge Allah hem genadig zijn) zei: “De verplichting is om te vertrouwen op waarneming of het voltooien van de telling en niet op astronomische berekeningen.” (Majmu‘ Fatawa Ibn Baz 15/74)

Samenvatting

Uit de juridische bewijzen en de uitspraken van de meerderheid van de geleerden wordt duidelijk dat de bepaling van het begin van de maankalendermaanden gebaseerd is op één van de volgende twee zaken: Het waarnemen van de nieuwe maan Het voltooien van de maand tot dertig dagen Wat betreft astronomische berekeningen: daarop wordt niet vertrouwd, noch ter ontkenning noch ter bevestiging. De maatstaf in dit alles is de wettelijk voorgeschreven visuele waarneming.
Allah, de Verhevene, zegt: “En wie zich tegen de Boodschapper verzet nadat de leiding hem duidelijk is geworden en een andere weg volgt dan die van de gelovigen – Wij laten hem volgen wat hij heeft gekozen en Wij zullen hem in de Hel laten branden. En wat een slechte bestemming is dat.” (An-Nisa: 115)
En de Verhevene zegt: “Laat degenen die zich tegen zijn bevel verzetten oppassen dat hen geen beproeving (fitnah) treft of dat hen een pijnlijke bestraffing treft.” (An-Nur: 63)

Scroll naar boven